Home » Content » Rechtbank vernietigt VoetbalTV besluit AP

Rechtbank vernietigt VoetbalTV besluit AP

Gepubliceerd op 28 november 2020 om 08:48

Goed nieuws voor bedrijven die persoonsgegevens voor commerciële doeleinden (willen) gebruiken.

De Rechtbank Midden-Nederland heeft het besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over VoetbalTV vernietigd. Daarin stond dat commerciële belangen geen gerechtvaardigd belang kunnen zijn.

Het gaat in deze zaak om de vraag of persoonsgegevens kunnen worden gebruikt voor commerciële doeleinden op basis van de rechtsgrond van het gerechtvaardigd belang.

De privacy-toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) was in haar ‘normuitleg gerechtvaardigd belang’ uit november 2019 van mening dat dit niet kan. De AP heeft dit ook in boetebesluiten, tegen VoetbalTV en de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) volgehouden.

Er is veel kritiek gekomen op dit standpunt van de AP; het is (in ieder geval) in strijd met de tekst van de AVG maar ook met jurisprudentie van het Hof van de Justitie.

De VoetbalTV zaak

De Rechtbank Midden-Nederland heeft in een uitspraak van 23 november 2020 geoordeeld dat het standpunt van de AP in strijd is met de AVG en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (HvJEU).

De zaak ging over de boete van € 575.000,- die de AP had opgelegd aan VoetbalTV. Het bedrijf, dat inmiddels failliet is, is in beroep gegaan tegen het besluit van de AP. VoetbalTV was een online platform waar amateur-voetbalwedstrijden, waaronder van kinderen, op konden worden bekeken.

De AP had de boete opgelegd omdat VoetbalTV naar zijn mening geen rechtsgrond heeft voor het verwerken van de beelden. In lijn met de eigen normuitleg stelt de AP dat commerciële belangen geen gerechtvaardigd belang kunnen vormen. Alleen als er een uit de wet afgeleid belang is, kan er sprake zijn van een gerechtvaardigd belang, aldus de AP.

Met die stellingen is de Rechtbank het niet eens, dit volgt niet uit de tekst van de AVG en niet uit rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. Daaruit blijkt dat het gerechtvaardigd belang niet alleen een specifiek soort belang kan zijn – er kunnen allerlei soorten uiteenlopende belangen zijn. Dat kunnen niet alleen juridische maar ook bijvoorbeeld feitelijke, economische en ideële belangen zijn, als het maar om een werkelijk en aanwezig belang gaat.

Dat stelden de gezamenlijke toezichthouders onder de oude privacywetgeving ook al vast. Daarnaast heeft het HvJEU meerdere keren geoordeeld dat de Europese landen niet bepaalde belangen categorisch als gerechtvaardigd belang kunnen uitsluiten.  

De stappen voor het gerechtvaardigd belang

Om een beroep te doen op het gerechtvaardigd belang moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  1. Er is een gerechtvaardigd belang;
  2. De verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van dat gerechtvaardigd belang - de doeleinden van de verwerkingen kunnen niet op een voor de betrokkene minder nadelige wijze worden bereikt;
  3. Het belang van de betrokkene gaat niet vóór het gerechtvaardigd belang.

Omdat de AP al was gestopt bij stap 1, omdat het oordeelde dat commerciële belangen geen gerechtvaardigd belang kúnnen zijn, kwam het niet toe aan stappen 2 en 3. Daarom is het boetebesluit niet zorgvuldig genomen en wordt het vernietigd.

Wat nu?

Nu is een uitspraak van een rechtbank niet per sé geldend recht, de AP kan nog in hoger beroep gaan, maar veruit de meeste privacy-experts zijn het er over eens dat de AP met dit punt in de normuitleg verkeerd zat. Dit oordeel van de Rechtbank zal dus door hen met gejuich worden ontvangen.

Voor partijen die op grond van het gerechtvaardigd belang persoonsgegevens voor commerciële doeleinden willen (of moeten) gebruiken is deze uitspraak dan ook een duwtje in de rug.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.